ECLI:NL:CRVB:2012:BX3205
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens weigering re-integratiefunctie bij Roteb
Appellant ontving bijstand en werd door het college aangemeld voor een re-integratietraject, inclusief een functie bij Roteb. Ondanks een medisch onderzoek dat geen belemmeringen voor arbeid vaststelde, weigerde appellant deze functie. Het college verlaagde daarop de bijstand met 100%, later teruggebracht naar 20%.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigde dit oordeel en verklaarde het beroep tegen het besluit van 9 februari 2010 gegrond. Tegelijkertijd verklaarde de Raad het beroep tegen het besluit van 29 mei 2012 ongegrond, waarmee de verlaging van 20% werd gehandhaafd.
De Raad oordeelde dat het werk bij Roteb als een passende re-integratievoorziening binnen het trajectplan viel. Het medisch advies was zorgvuldig opgesteld en toonde geen belemmeringen aan. Appellants bezwaren waren onvoldoende onderbouwd. Daarom was sprake van verwijtbaar handelen en was verlaging van de bijstand terecht.
Het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan appellant. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 31 juli 2012.
Uitkomst: Verlaging van de bijstandsuitkering met 20% gedurende een maand wegens weigering van een passende re-integratiefunctie bij Roteb wordt gehandhaafd.