ECLI:NL:CRVB:2012:BX3358
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing aanvraag bijstand wegens vermogen in afkoopbare levensverzekering
Appellant heeft bijstand aangevraagd op grond van de Wet werk en bijstand (WWB), maar het college wees de aanvraag af omdat het vermogen van appellant boven de vermogensgrens lag. Het vermogen omvatte de afkoopwaarde van een levensverzekering die appellant had afgesloten met een koopsom verkregen uit een reorganisatieontslag.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en appellant ging in hoger beroep. Hij voerde aan dat afkoop van de levensverzekering vanwege de hoge fiscale lasten en revisierente financieel niet redelijk van hem kan worden gevergd, en dat dit meegewogen moet worden.
De Raad overwoog dat een levensverzekering als vermogen moet worden beschouwd indien afkoopbaar en redelijkerwijs van de betrokkene kan worden gevergd. Het uitgangspunt van de WWB is dat de betrokkene zelf verantwoordelijk is voor de kosten van het bestaan. Het belang van een toekomstige voorziening in de levensverzekering speelt daarbij geen rol. Appellant heeft niet aannemelijk gemaakt dat afkoop niet van hem kan worden gevergd. Daarom is het hoger beroep ongegrond en wordt de afwijzing bevestigd.
Uitkomst: De afwijzing van de bijstandsaanvraag wordt bevestigd omdat de afkoopbare levensverzekering als vermogen wordt meegeteld.