ECLI:NL:CRVB:2012:BX3700
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit SVB inzake niet-ontvankelijkheid bezwaar VOV-rechten
Appellant had bij de Sociale Verzekeringsbank (SVB) een aanvraag ingediend voor uitbetaling van rechten op grond van de Vrijwillige Ouderdomsverzekering (VOV), gebaseerd op de Ouderdomswet 1919. De SVB wees de aanvraag af en verklaarde het bezwaar tegen deze afwijzing niet-ontvankelijk, omdat volgens haar de brief van 25 februari 2009 als een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) moest worden beschouwd.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de SVB niet bevoegd was om te beslissen over de aanvraag, omdat de VOV bij wet van 14 december 1977 was ingetrokken en de uitvoering van de Ouderdomswet 1919 niet langer tot de taken van de SVB behoort. De SVB had het bezwaar niet-ontvankelijk moeten verklaren en het besluit van 25 februari 2009 moeten herroepen.
De Raad vernietigt het bestreden besluit van 30 juli 2009 en de uitspraak van de rechtbank Middelburg, behoudens de veroordeling van de SVB tot vergoeding van proceskosten in de bezwaarprocedure. De Raad veroordeelt de SVB tot vergoeding van de proceskosten in beroep en hoger beroep en bepaalt dat deze uitspraak in de plaats treedt van het besluit van 25 februari 2009.
Appellant wordt geadviseerd de Staat der Nederlanden te dagvaarden indien hij een geldsom wil vorderen in verband met de VOV. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 3 augustus 2012.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt het bestreden besluit en veroordeelt de SVB tot vergoeding van proceskosten.