ECLI:NL:CRVB:2012:BX4014
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante ontving sinds 30 mei 2002 een WAO-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Na een herbeoordeling in 2007 werd de uitkering ingetrokken omdat zij minder dan 15% arbeidsongeschikt werd geacht. Appellante diende een aanvraag in voor herziening in 2009 wegens vermeende toegenomen klachten, maar deze werd afgewezen na medisch onderzoek.
De bezwaarverzekeringsarts bevestigde de eerdere beoordeling en concludeerde dat er geen sprake was van toegenomen beperkingen. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, omdat de medische gegevens geen aanleiding gaven tot twijfel over de juistheid van de beoordeling.
In hoger beroep handhaafde appellante haar standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De medische onderzoeken waren zorgvuldig en de bezwaren van appellante, waaronder verwijzingen naar WMO-voorzieningen en aanvullende medische gegevens, boden geen grond voor een ander oordeel. Het hoger beroep werd afgewezen en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante wordt afgewezen.