ECLI:NL:CRVB:2012:BX4549
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Geen terugwerkende kracht bij toekenning bijstandsuitkering zonder bijzondere omstandigheden
Appellant ontving tot 7 april 2008 bijstand en vroeg op 25 juli 2008 opnieuw bijstand aan, met verzoek om terugwerkende kracht vanaf 7 april 2008. De bestuurscommissie wees het verzoek om terugwerkende kracht af en verklaarde het bezwaar ongegrond. De rechtbank bevestigde dit besluit. In hoger beroep betoogde appellant dat zijn alcoholverslaving hem belemmerde tijdig een aanvraag te doen.
De Raad oordeelde dat volgens vaste rechtspraak bijstand niet wordt verleend over perioden vóór de datum van aanvraag, tenzij bijzondere omstandigheden dit rechtvaardigen. Appellant slaagde er niet in zulke omstandigheden aannemelijk te maken. Medische verklaringen bevatten geen objectieve gegevens waaruit volgt dat appellant door zijn verslaving niet in staat was tijdig een aanvraag te doen. Ook het argument dat hij er alleen voor stond en geen derde kon inschakelen, was onvoldoende.
De Raad bevestigde daarom het eerdere oordeel en wees het hoger beroep af. Er werd geen aanleiding gezien voor een veroordeling in proceskosten. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 14 augustus 2012.
Uitkomst: Het verzoek om bijstand met terugwerkende kracht wordt afgewezen wegens ontbreken van bijzondere omstandigheden.