ECLI:NL:CRVB:2012:BX4882
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt besluit over AOW-toeslag wegens onjuiste verzekeringstijd
Appellant en zijn echtgenote ontvingen een AOW-uitkering met een korting op het pensioen en de toeslag vanwege niet-verzekerde jaren. De Sociale Verzekeringsbank (Svb) had hen verzekerd geacht in de periodes dat zij in Nederland woonden en/of werkten, maar niet tijdens hun werkzaamheden in België.
Appellant voerde aan dat zijn echtgenote in bepaalde perioden, waaronder 1970-1972 toen zij in Nederland woonde en studeerde, wel verzekerd was en dat ook de deeltijdwerkperiodes in België meegeteld moesten worden. De Raad oordeelde dat het AOW-stelsel geen verboden discriminatie inhoudt en dat het vrij verkeer van werknemers binnen de EU niet garandeert dat sociale zekerheidsrechten volledig neutraal blijven bij verplaatsing.
De Raad stelde echter vast dat de Svb ten onrechte geen rekening had gehouden met de verzekering van de echtgenote in de periode 1970-1972. Verder was op grond van EU-verordening het Belgische recht van toepassing op haar werkzaamheden in België, ook al waren die deeltijd. Hierdoor werd het besluit van de Svb en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover het de toeslag betreft en werd de Svb opgedragen een nieuw besluit te nemen.
Daarnaast werden de proceskosten van appellant deels vergoed. De overige bezwaren werden ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het besluit van de Sociale Verzekeringsbank over de toeslag is vernietigd en de Svb moet een nieuw besluit nemen.