ECLI:NL:CRVB:2012:BX4981
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging juiste uitleg Wsf 2000 over opschorting en duur aflosfase studieschuld
In deze zaak staat de uitleg van artikel 10a.11, tweede lid, van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) centraal, met betrekking tot de duur en opschorting van de aflosfase van een studieschuld. Appellante betwist dat haar aflosfase langer dan 15 jaar mag duren, mede omdat zij op eigen verzoek het inkomen van haar partner niet bij de draagkrachtmeting wil betrekken, waardoor de aflosfase wordt verlengd.
De rechtbank Rotterdam oordeelde dat de aflosfase wordt verlengd met het aantal jaren dat het inkomen van de partner buiten beschouwing wordt gelaten en dat de aflosfase niet automatisch eindigt na 15 jaar kalenderjaren. De Centrale Raad van Beroep bevestigt dit oordeel en volgt de uitleg van de Minister dat de aflosfase wordt opgeschort zolang de debiteur niet kan aflossen en pas weer gaat lopen als daadwerkelijk wordt afgelost.
De Raad wijst het beroep van appellante af dat deze regeling leidt tot verboden ongelijke behandeling van debiteuren met verschillende samenlevingsvormen en dat er strijd zou zijn met het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens (EVRM). Ook het beroep op het vertrouwensbeginsel en de burgerrechtelijke verjaringstermijn van 20 jaar faalt, omdat de Wsf 2000 een eigen regeling bevat voor de duur van de aflosfase.
De Raad bevestigt dat appellante vanaf 1 januari 2010 een maandelijkse aflossing van €16,46 moet voldoen en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de aflosfase wordt verlengd zolang het inkomen van de partner buiten beschouwing wordt gelaten.