ECLI:NL:CRVB:2012:BX5104
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij WSNP-aanvraag
Appellante diende een aanvraag in voor bijzondere bijstand op grond van de WWB voor kosten rechtsbijstand gerelateerd aan een aanvraag op grond van de WSNP. Het dagelijks bestuur wees de aanvraag af, stellende dat de Wet op de rechtsbijstand (Wrb) een voorliggende, toereikende voorziening is en dat voor WSNP-aanvragen geen toevoeging wordt verleend.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en in hoger beroep voerde appellante aan dat de Wrb niet als voorliggende voorziening kan gelden omdat voor WSNP-aanvragen geen toevoeging wordt verleend en dat de Kredietbank Limburg geen kosteloze of toereikende voorziening is.
De Raad oordeelde dat op grond van artikel 15 WWB Pro geen recht bestaat op bijstand indien een voorliggende voorziening toereikend en passend is. De Wrb wordt als zodanig beschouwd. Een WSNP-aanvraag wordt gezien als het treffen van een afbetalingsregeling, waarvoor geen toevoeging wordt verleend. Het dagelijks bestuur was daarom niet bevoegd bijzondere bijstand te verlenen. Er waren geen zeer dringende redenen of acute noodsituaties die afwijking rechtvaardigden.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van de aanvraag bijzondere bijstand voor kosten rechtsbijstand bij een WSNP-aanvraag.