ECLI:NL:CRVB:2012:BX5530
Centrale Raad van Beroep
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Niet-ontvankelijkheid beroep wegens ontbreken procesbelang bij niet tijdig beslissen aanvraag
Appellante, geboren in 1941 te Slowakije, heeft meerdere malen verzocht om erkenning als vervolgde in de zin van de Wet uitkeringen vervolgingsslachtoffers 1940-1945 (Wuv). Na eerdere afwijzingen verzocht zij in februari 2005 om herziening, wat werd afgewezen. Een hoorzitting volgde in september 2005, waarna een aanvraag tot gelijkstelling met de vervolgde werd afgewezen in 2007 en dat besluit werd gehandhaafd in 2008. Tegen het laatste besluit werd geen beroep ingesteld.
Appellante stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag. De Raad constateerde dat de behandeltermijn was overschreden, maar dat niet was gesteld dat er nog procesbelang bestond gezien eerdere besluiten. Daarom werd het beroep niet-ontvankelijk verklaard.
Appellante verzocht tevens om schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn. De Raad overwoog dat de totale procedure van bezwaar en beroep meer dan tweeënhalf jaar had geduurd, wat de redelijke termijn overschrijdt. Het onderzoek wordt daarom heropend voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding, waarbij ook de Staat der Nederlanden als partij wordt betrokken.
Tot slot werd verweerder veroordeeld in de proceskosten van appellante voor verleende rechtsbijstand, begroot op €80,50. De Raad bepaalde tevens dat het betaalde griffierecht van €35,- aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang bij het niet tijdig beslissen op de aanvraag.