ECLI:NL:CRVB:2012:BX5845
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening terugvordering WW-uitkering wegens verblijf buiten Nederland
Appellante ontving vanaf mei 2006 een WW-uitkering. Het UWV stelde bij besluit van juni 2009 dat haar recht op uitkering vanaf oktober 2006 was geëindigd wegens verblijf buiten Nederland, en vorderde onverschuldigd betaalde bedragen terug.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat appellante voornamelijk in Spanje verbleef en niet aannemelijk maakte dat zij in Nederland woonde. Appellante voerde aan dat zij slechts op vakantie was en in Nederland verbleef, gesteund door verklaringen en bewijs van gebruik van Nederlandse zorg.
De Centrale Raad oordeelt dat het UWV ten onrechte heeft aangenomen dat het verblijf in Nederland op diverse dagen geen betekenis had. Uit het dossier blijkt dat appellante op meerdere dagen in Nederland was, waardoor het besluit een motiveringsgebrek vertoont en vernietigd moet worden.
De Raad stelt vast dat appellante recht heeft op WW-uitkering over de dagen waarop zij in Nederland verbleef en vermindert het terugvorderingsbedrag dienovereenkomstig. De uitspraak treedt in de plaats van het vernietigde besluit en het griffierecht wordt aan appellante vergoed.
Uitkomst: Het recht op WW-uitkering wordt vastgesteld voor de dagen waarop appellante in Nederland verbleef en het terugvorderingsbedrag verminderd.