ECLI:NL:CRVB:2012:BX6447
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J. Riphagen
- J.J.T. van den Corput
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie bij te late aanvraag WIA-uitkering door UWV
Werknemer meldde zich in april 2007 volledig arbeidsongeschikt en diende in juni 2009 een WIA-uitkeringsaanvraag in. Het UWV verlengde het loondoorbetalingsvak met 146 dagen vanwege de te late aanvraag, wat een loonsanctie inhoudt. De werkgever (appellante) maakte bezwaar tegen dit besluit, maar de rechtbank verklaarde dit ongegrond.
In hoger beroep stelde appellante dat het UWV niet bevoegd is tot het opleggen van een loonsanctie, omdat de loondoorbetaling een civielrechtelijke kwestie is tussen werkgever en werknemer. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat het besluit van het UWV wel degelijk een loonsanctie is en dat de bevoegdheid van het UWV voortvloeit uit de Wet WIA en de Algemene wet bestuursrecht.
De Raad benadrukte dat het UWV niet de loonbetalingsplicht vaststelt, maar het tijdvak verlengt waarin de loondoorbetalingsregels gelden. Indien de werkgever het loon niet betaalt, kan de werknemer civielrechtelijk vorderen. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit van het UWV tot verlenging van de loondoorbetalingsperiode als loonsanctie wordt bevestigd.