ECLI:NL:CRVB:2013:BZ6132
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- J.J.T. van den Corput
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging loonsanctie bij te late WIA-aanvraag en verlenging loondoorbetalingsverplichting
De zaak betreft een hoger beroep van appellante tegen twee besluiten van het UWV over loondoorbetaling tijdens ziekte en een loonsanctie wegens te late indiening van een WIA-aanvraag. Het UWV had de loondoorbetalingsperiode met 98 dagen verlengd omdat de werknemer de WIA-aanvraag te laat had ingediend, en daarnaast een loonsanctie opgelegd wegens onvoldoende re-integratie-inspanningen.
De rechtbank had de beroepen tegen beide besluiten ongegrond verklaard, waarbij werd geoordeeld dat het verlengen van de loondoorbetalingsperiode en het opleggen van de loonsanctie op verschillende wettelijke gronden berusten en naast elkaar kunnen bestaan. Appellante voerde aan dat de loondoorbetalingsverplichting niet langer dan 104 weken mag duren en dat de werknemer zelf verantwoordelijk is voor het tijdig aanvragen van de WIA-uitkering.
De Centrale Raad van Beroep bevestigt het oordeel van de rechtbank en verwijst naar eerdere rechtspraak die stelt dat het UWV met het verlengen van de loondoorbetalingsperiode niet de civielrechtelijke loondoorbetalingsplicht vaststelt, maar alleen het toepasselijke tijdvak verlengt. Het hoger beroep wordt verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Er is geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de loonsanctie en verlenging van de loondoorbetalingsverplichting worden bevestigd.