ECLI:NL:CRVB:2012:BX6466
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- T. Hoogenboom
- M.C. Bruning
- J. Brand
- Rechtspraak.nl
Beoordeling weigering WIA-uitkering wegens minder dan 35% arbeidsongeschiktheid
Appellante verzocht om een WIA-uitkering, welke door het UWV werd geweigerd op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 35%. De rechtbank Amsterdam vernietigde het oorspronkelijke besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. Het UWV nam vervolgens een nieuw besluit op bezwaar, waarin het bezwaar van appellante opnieuw ongegrond werd verklaard.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat onvoldoende rekening was gehouden met haar beperkingen, dat overleg tussen de bezwaararbeidsdeskundige en bezwaarverzekeringsarts ontbrak en dat onduidelijkheid bestond over de mate van blootstelling aan prikkelende stoffen in haar functies. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellante haar standpunten niet met nieuwe medische bescheiden had onderbouwd en dat het UWV voldoende inzicht had gegeven in de motivering van het besluit.
De Raad concludeerde dat de beperking op het aspect concentreren of vasthouden van aandacht terecht niet werd aangenomen en dat de functie productiemedewerker textiel geen overschrijding van belastbaarheid door blootstelling aan prikkelende stoffen kende. Ook andere aangevoerde gronden faalden. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en het besluit van 15 februari 2011 bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot weigering van de WIA-uitkering bevestigd.