ECLI:NL:CRVB:2010:BQ0772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- T.L. de Vries
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid
Appellante, die sinds 1993 arbeidsongeschikt was na een auto-ongeval, kreeg een WAO-uitkering toegekend die in 2006 werd ingetrokken omdat haar arbeidsongeschiktheid volgens het UWV minder dan 15% bedroeg. Dit besluit was gebaseerd op medische beoordelingen van verzekeringsartsen en een arbeidskundige beoordeling die haar geschiktheid voor meerdere functies vaststelden.
Appellante maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat zij recht had op een hoorzitting met een arts, dat de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) onjuist was toegepast en dat de functies die haar werden voorgehouden niet voldeden aan de vereiste fulltime arbeidsplaatsen. De Raad oordeelde dat het UWV zorgvuldig had gehandeld, dat appellante afstand had gedaan van het recht op een hoorzitting met arts, en dat de FML en loonwaarde correct waren toegepast conform beleidsregels.
De Raad vond geen aanleiding om de medische beperkingen uit te breiden en bevestigde dat de voorgehouden functies passend waren. Ook de berekening van de verdiencapaciteit en loonwaarde werd als juist beoordeeld. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de intrekking van de WAO-uitkering bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd omdat de arbeidsongeschiktheid minder dan 15% bedraagt.