ECLI:NL:CRVB:2012:BX6594
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens overschrijding vermogensgrens door Mercedes
Appellante en haar partner ontvingen bijstand sinds 1994. Het college van burgemeester en wethouders van Ede trok de bijstand over de periode 9 november 2002 tot 13 januari 2003 in, omdat zij niet hadden gemeld dat een Mercedes op naam van appellante stond, waardoor het vermogen de toegestane grens overschreed.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen deze intrekking ongegrond. Appellante voerde in hoger beroep aan dat de Mercedes toebehoorde aan haar zoon en niet aan haar. De Raad toetste of de auto tot het vermogen van appellante moest worden gerekend.
De RDW-gegevens toonden dat het kenteken van de Mercedes op naam van appellante stond gedurende de relevante periode. De factuur was op haar naam, de auto was verzekerd op haar naam en zij betaalde de verzekering. De auto werd verkocht aan een derde en niet aan haar zoon. Verklaringen dat de zoon de auto zou hebben gekocht werden onvoldoende onderbouwd met objectief verifieerbare gegevens.
De Raad concludeerde dat appellante onvoldoende bewijs leverde om aan te tonen dat de Mercedes niet tot haar vermogen behoorde. Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de intrekking van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de bijstandsuitkering wegens overschrijding van de vermogensgrens door het bezit van een Mercedes wordt bevestigd.