ECLI:NL:CRVB:2012:BX6694
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.F. Bandringa
- W.F. Claessens
- C.H. Bangma
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijzondere bijstand voor orthodontiekosten minderjarige zoon
Appellante heeft bijzondere bijstand aangevraagd voor orthodontiekosten ten behoeve van haar minderjarige zoon. Het college van burgemeester en wethouders van Groningen wees 75% van de kosten af, met een gedeeltelijke toekenning van 25%. Het bezwaar tegen dit besluit werd ongegrond verklaard, waarna de rechtbank het beroep eveneens ongegrond verklaarde.
In hoger beroep overweegt de Raad dat op grond van artikel 15 van Pro de WWB de kosten van orthodontische behandelingen als voorliggende voorziening onder de Zorgverzekeringswet vallen. Deze regelgeving bevat een bewuste keuze over de vergoeding van deze kosten, waardoor aanvullende bijzondere bijstand niet toewijsbaar is. Dit geldt ook als appellante door premieachterstand niet meer aanvullend verzekerd is.
De Raad concludeert dat het hoger beroep niet slaagt en bevestigt de eerdere uitspraak. Er wordt geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 september 2012.
Uitkomst: De aanvraag voor bijzondere bijstand voor orthodontiekosten wordt afgewezen en de eerdere uitspraak bevestigd.