ECLI:NL:CRVB:2012:BX7951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- M.C. Bruning
- M.S.E. Wulffraat-van Dijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag
Appellante had een WAO-uitkering die door het UWV per 15 april 2007 werd ingetrokken wegens een afname van haar arbeidsongeschiktheid tot minder dan 15%. Na bezwaar en een eerdere vernietiging door de rechtbank, herzag het UWV het besluit en verklaarde het bezwaar opnieuw ongegrond. De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit eveneens ongegrond, oordelend dat de medische beoordeling, gebaseerd op expertises van een neuroloog en neuropsycholoog, voldoende was.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat er wel sprake was van geheugen- en concentratieproblemen en dat aanvullend psychiatrisch onderzoek nodig was. De Raad benoemde een onafhankelijke psychiater die geen objectief-medische aandoening vaststelde die haar klachten kon verklaren. De Raad oordeelde dat de diagnose ongedifferentieerde somatoforme stoornis onvoldoende is om beperkingen aan te nemen binnen het wettelijke arbeidsongeschiktheidsbegrip.
De Raad bevestigde dat de functionele mogelijkhedenlijst en de beoordeling van het UWV adequaat waren en dat de beperkingen van appellante niet onderschat waren. De belasting van de functies bleef binnen de toegestane belastbaarheid. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd wegens onvoldoende medische en arbeidskundige grondslag.