ECLI:NL:CRVB:2011:BR6100
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks betwisting psychische beperkingen
Appellante, sinds 1987 arbeidsongeschikt na een auto-ongeval, kreeg haar WAO-uitkering herzien naar een mate van 25 tot 35% arbeidsongeschiktheid. Zij voerde aan dat haar psychische klachten, waaronder een depressieve stoornis en paniekstoornis, onvoldoende waren meegewogen door het UWV. De rechtbanken verwierpen haar bezwaren en onderschreven de medische en arbeidskundige schattingen.
In hoger beroep werd een onafhankelijke psychiater geraadpleegd die concludeerde dat appellante's klachten vooral pijn- en vermoeidheidssymptomen betreffen, met psychische problematiek die valt onder een aanpassingsstoornis met angstige en depressieve kenmerken. De deskundige vond onvoldoende bewijs voor de ernst van de door appellante en haar behandelaars gestelde depressieve stoornis en paniekstoornis.
De Raad volgde het deskundigenrapport, maar verwierp enkele aanvullende beperkingen die de deskundige had voorgesteld, vanwege gebrek aan objectief-medische onderbouwing. De Raad oordeelde dat de beperkingen zoals vastgesteld door de verzekeringsartsen van het UWV adequaat waren en bevestigde de eerdere uitspraken die de herziening van de WAO-uitkering handhaafden.
Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 26 augustus 2011.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de herziening van de WAO-uitkering naar 25-35% arbeidsongeschiktheid.