ECLI:NL:CRVB:2012:BX8139
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing bijstandaanvraag wegens onduidelijke vermogenspositie en schending inlichtingenplicht
Appellante had haar vermogen ondergebracht in een trust in Nieuw-Zeeland waarvan zij sinds 2002 geen trustee meer was, maar wel investment-manager. Zij vroeg bijstand aan, maar verstrekte onvoldoende informatie over haar aandeel en de waarde van de trust en de woning die zij van de trust huurde.
Het dagelijks bestuur wees de aanvraag en bijzondere bijstand af vanwege onduidelijkheid over haar financiële situatie en vorderde eerder verleende voorschotten terug. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waarna appellante hoger beroep instelde.
De Raad oordeelde dat de gevraagde informatie noodzakelijk was om het recht op bijstand te beoordelen. Appellante had onvoldoende duidelijkheid gegeven over haar aanspraak op het trustvermogen, ondanks haar rol als manager en het feit dat zij de woning van de trust huurde. De verklaring van de trustees was onvoldoende onderbouwd met juridische documenten.
De Raad bevestigde de eerdere uitspraak en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er was geen aanleiding voor proceskostenveroordeling. De uitspraak werd gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 25 september 2012.
Uitkomst: De bijstandaanvraag wordt afgewezen vanwege onvoldoende informatie over de vermogenspositie en schending van de inlichtingenplicht.