ECLI:NL:CRVB:2012:BX8170
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting
Appellant ontving bijstand over de periode van juni 2007 tot september 2009 en gaf als hoofdverblijf een adres op waar hij volgens het college niet daadwerkelijk verbleef. Er ontstonden twijfels over zijn verblijfplaats, waarna een opsporingsonderzoek werd ingesteld met getuigenverklaringen en observaties.
Het college trok de bijstand in en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug, omdat appellant de inlichtingenverplichting zou hebben geschonden door geen juiste opgave van zijn hoofdverblijf te doen. Appellant voerde aan dat het water- en energieverbruik op het opgegeven adres niet uitsloot dat hij daar woonde en dat de geanonimiseerde getuigenverklaringen onvoldoende waren.
De Raad oordeelde dat het extreem lage waterverbruik en het ontbreken van watergebruik in de relevante periode het onwaarschijnlijk maakten dat appellant op het opgegeven adres verbleef. De geanonimiseerde verklaringen waren voldoende betrouwbaar en toonden aan dat appellant elders woonde. Appellant had bovendien geen duidelijke verklaring gegeven over zijn verblijfplaats. De Raad bevestigde daarom de intrekking en terugvordering van de bijstand.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.