ECLI:NL:CRVB:2012:BX8233
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). In zijn woning werd een hennepplantage met ongeveer 297 planten aangetroffen. Appellant verklaarde tegenover de politie dat hij vanwege financiële problemen een hennepkwekerij was gestart, maar had dit niet gemeld aan het college.
Het college stelde op basis van politiegegevens en een sociaal rechercheur vast dat appellant van 20 november 2009 tot en met 16 december 2009 werkzaamheden verrichtte voor de hennepkwekerij zonder dit te melden. Dit leidde tot een besluit tot intrekking van de bijstand en terugvordering van €429,29.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan geen inkomsten te hebben gegenereerd en dat de kwekerij te kort bestond voor een oogst, waardoor geen schending van de inlichtingenverplichting zou zijn. De Raad verwierp dit verweer, verwijzend naar vaste jurisprudentie dat ook het verrichten van activiteiten gericht op het starten of exploiteren van een hennepkwekerij gemeld moet worden.
Omdat appellant geen concrete gegevens over de exploitatie of inkomsten had verstrekt, droeg hij het bewijsrisico. Het college was bevoegd de bijstand in te trekken en terug te vorderen. Het hoger beroep werd verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd wegens schending van de inlichtingenverplichting.