ECLI:NL:CRVB:2008:BC7880
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens hennepkwekerij
Appellanten ontvingen bijstandsuitkering en werden geconfronteerd met intrekking en terugvordering van bijstand over de periode van 7 januari 2005 tot 6 april 2005 vanwege exploitatie van een hennepkwekerij in hun woning. De gemeente stelde dat appellanten hun inlichtingenplicht hadden geschonden door dit niet te melden.
De Raad oordeelt dat de onderbouwing van de ingangsdatum van de intrekking (7 januari 2005) onvoldoende is omdat de gebruikte brief van Eneco geen heldere feitelijke basis biedt. De Raad concludeert dat appellanten niet eerder dan februari 2005 met de kwekerij zijn begonnen, waardoor de intrekking over de periode tot 1 februari 2005 niet standhoudt.
Voor de periode van 1 februari tot 6 april 2005 is de terugvordering terecht omdat appellanten geen inkomsten uit de kwekerij hebben gemeld, ondanks het ontbreken van oogst. De opgelegde maatregel van verlaging van de bijstand met 20% gedurende een maand wordt bevestigd. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van proceskosten aan appellanten.
Uitkomst: Besluit tot intrekking en terugvordering bijstand gedeeltelijk vernietigd, terugvordering over latere periode bevestigd en maatregel gehandhaafd.