ECLI:NL:CRVB:2012:BX8446
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beperking arbeidsduur zelfstandige bij bijstand volgens WWB en Bbz 2004
Appellant ontving bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en kreeg toestemming om zelfstandige activiteiten te verrichten met een maximale arbeidsduur van twintig uur per week. Het college stelde deze beperking om te voorkomen dat appellant aanspraak zou maken op het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004), waarvoor een hoger urencriterium geldt.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant tegen deze beperking ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat de beperking in strijd was met artikel 55 van Pro de WWB en dat het beleid onredelijk was, mede gelet op ruimere fiscale urencriteria.
De Raad oordeelde dat het college op grond van artikel 55 WWB Pro bevoegd is om dergelijke verplichtingen te stellen die verband houden met de aard en vermindering van de bijstand. De beperking van twintig uur per week is niet onredelijk en sluit aan bij het onderscheid tussen de doelgroep van de WWB en die van het Bbz 2004.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees het hoger beroep af, waarbij geen proceskosten werden toegewezen.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de beperking van twintig uur per week zelfstandige arbeid bij bijstand wordt bevestigd.