ECLI:NL:CRVB:2012:BX8852
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- M. Hillen
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstand wegens verblijf buiten gemeente zonder melding
Appellant ontving bijstand op grond van de WWB, maar het college van burgemeester en wethouders van Utrecht trok deze bijstand per 1 juni 2005 in en beëindigde deze per 4 november 2008, omdat appellant zijn hoofdverblijf buiten de gemeente had zonder dit te melden.
Het Interventieteam Utrecht en de sociale recherche voerden onderzoek uit, waarbij onder meer verhoren, buurtonderzoek en gegevensanalyse plaatsvonden. De verklaringen van meerdere buurtbewoners en de eigen verklaringen van appellant tijdens verhoren vormden de basis voor het besluit.
Appellant voerde aan dat hij niet langer zijn woonplaats had verplaatst en betwistte de ingangsdatum van 1 juni 2005. Hij stelde ook dat zijn verklaringen onjuist waren en verwees naar een strafzaak en Salduz-jurisprudentie, maar de Raad verwierp deze argumenten.
De Raad oordeelde dat de verklaringen voldoende duidelijk en specifiek waren en dat appellant zijn woonstede had prijsgegeven. De rechtbank en de Raad bevestigden het besluit tot intrekking en terugvordering van de bijstand. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van bijstand wegens verblijf buiten de gemeente zonder melding.