ECLI:NL:CRVB:2012:BX9049
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering WW-uitkering wegens op geld waardeerbare arbeid op Beverwijkse Bazaar
Appellante was werkzaam op de Beverwijkse Bazaar en heeft bezwaar gemaakt tegen de herziening en terugvordering van haar WW-uitkering en toeslag door het Uwv. Het Uwv had vastgesteld dat haar activiteiten als op geld waardeerbare arbeid moesten worden aangemerkt, ongeacht het ontbreken van een arbeidsovereenkomst.
De rechtbank ’s-Gravenhage oordeelde dat het Uwv terecht de omvang van de arbeid had geschat en dat de toeslag terecht was herzien en ingetrokken vanwege haar samenwoning met haar ex-echtgenoot. Er waren geen dringende redenen om af te zien van terugvordering.
In hoger beroep bevestigde de Centrale Raad van Beroep deze uitspraak. De Raad benadrukte dat de omvang van de arbeid niet afhankelijk is van het juridische verband en dat terugvordering verplicht is, tenzij sprake is van onaanvaardbare sociale of financiële gevolgen, hetgeen niet was aangetoond.
De Raad wees ook het verweer af dat het Uwv bevoegd zou zijn tot het vaststellen van een matigingsbeleid en bevestigde dat de terugvordering niet evenredig kan worden afgestemd. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van onverschuldigde WW-uitkering en toeslag wegens op geld waardeerbare arbeid op de Beverwijkse Bazaar.