ECLI:NL:CRVB:2012:BX9066
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor eigen werk als grondwerker
Appellant, werkzaam als grondwerker, viel uit wegens rug-, hoofd- en sinusklachten en ontving een Ziektewetuitkering. Na medisch onderzoek door een verzekeringsarts en bezwaarverzekeringsarts werd geconcludeerd dat appellant zonder objectiveerbare beperkingen zijn eigen werk kon hervatten. Het UWV beëindigde daarom de uitkering per 7 juni 2010.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het werk te zwaar is gezien zijn rugklachten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, omdat het medisch onderzoek zorgvuldig was en geen functionele beperkingen werden vastgesteld.
In hoger beroep stelde appellant dat onvoldoende rekening was gehouden met de zwaarte van zijn werk en dat zijn rugklachten wel degelijk belemmerend zijn. De Raad overwoog dat de artsen over een juiste omschrijving van het werk beschikten en dat de medische rapporten een voldoende basis boden om appellant als geschikt te beschouwen. Er was geen nieuwe medische informatie die het oordeel onderbouwde.
De Raad volgde het oordeel van de rechtbank en het UWV dat appellant niet langer recht heeft op een Ziektewetuitkering. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en het bezwaar ongegrond verklaard.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant wordt per 7 juni 2010 beëindigd wegens geschiktheid voor zijn eigen werk als grondwerker.