ECLI:NL:CRVB:2012:BX9418
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.M. van der Kade
- H.J. Simon
- E.E.V. Lenos
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek herziening beëindiging toeslag op grond van artikel 1 Eerste Protocol
Appellant verzocht het UWV om terug te komen op de beëindiging van zijn toeslag per 1 juli 2008, met verwijzing naar het oordeel van de Raad dat de intrekking van toeslagen in strijd was met artikel 1 van Pro het Eerste Protocol, omdat geen compensatie werd geboden. De toeslag was geleidelijk afgebouwd tussen 2000 en 2003 en per 1 juli 2003 beëindigd, waarna appellant in 2008 vanwege verblijf in Turkije zijn toeslag verloor.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het prejudiciële verzoek van de Raad geen nieuw feit vormde dat herziening rechtvaardigde. In hoger beroep stelde appellant dat het prejudiciële verzoek wel als nieuw feit moest worden gezien en dat het verzoek tevens als nieuwe aanvraag moest worden behandeld.
De Raad oordeelde dat een aanvraag na beëindiging van het recht als nieuwe aanvraag moet worden behandeld en dat het verzoek van appellant deels een nieuwe aanvraag betrof, omdat de termijn van drie jaar afbouwregeling nog niet was verstreken. Het UWV had ten onrechte geen besluit genomen op deze aanvraag.
De Raad draagt het UWV op binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij rekening wordt gehouden met de overwegingen in deze uitspraak, om zo tot een finale beslechting van het geschil te komen.
Uitkomst: Het verzoek om herziening van de beëindiging van de toeslag wordt afgewezen, maar het UWV wordt opgedragen binnen zes weken een nieuw besluit op bezwaar te nemen.