ECLI:NL:CRVB:2012:BX9666
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand en oplegging boete wegens niet gemelde inkomsten uit hennepkwekerij
Appellant heeft gedurende de periode van 29 januari 2007 tot 29 juli 2008 bijstand ontvangen op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het college van burgemeester en wethouders van De Marne heeft vastgesteld dat appellant in deze periode een hennepkwekerij exploiteerde en inkomsten uit deze illegale activiteit ontving, welke niet aan het college zijn gemeld. Hierdoor is aan appellant ten onrechte te veel bijstand verstrekt.
Het college heeft bij besluit van 31 oktober 2008 een bedrag van €3.064,88 teruggevorderd en een boete van €308 opgelegd. Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen dit besluit, dat door het college is afgewezen. De rechtbank Groningen heeft het beroep van appellant ongegrond verklaard. Appellant ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad oordeelt dat het niet verschijnen van het college bij de zitting van de rechtbank geen reden is voor een proceskostenveroordeling, mede omdat de zaak inhoudelijk kon worden behandeld. Ook faalt het verweer dat de terugvordering en boete te hoog zijn, omdat appellant niet aannemelijk heeft gemaakt dat de vermeende opstartkosten van de hennepkwekerij daadwerkelijk zijn gemaakt. De Raad bevestigt daarom het bestreden besluit en verklaart het hoger beroep ongegrond.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de terugvordering van bijstand en de boete en verklaart het hoger beroep ongegrond.