ECLI:NL:CRVB:2012:BX9885
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling van WIA-uitkering en medische en arbeidskundige grondslag bij geheugenstoornissen
Betrokkene, uitgevallen wegens Erbse parese en psychosociale problematiek, ontving een WGA-uitkering op grond van de Wet WIA. Na een bezwaarprocedure stelde de rechtbank dat de medische beoordeling van de geheugenstoornissen onjuist was en gaf opdracht tot een nieuw besluit. De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat de deskundige revalidatiearts onvoldoende gemotiveerd heeft dat er sprake is van cognitieve beperkingen en dat hij buiten zijn expertise trad door de oorzaak toe te schrijven aan psychische problematiek zonder psychiatrische kennis.
De Raad volgt de rechtbank daarom niet in deze medische beoordeling, maar bevestigt dat de beperkingen in reiken, tillen en dragen niet zijn onderschat. Tevens heeft het UWV tijdens de procedure alsnog een arbeidskundige beoordeling verricht, waaruit blijkt dat betrokkene geschikt is voor diverse functies en dat het arbeidsongeschiktheidspercentage 45 tot 55% blijft.
De Raad concludeert dat de medische grondslag van het besluit juist is en dat de arbeidskundige beoordeling adequaat is uitgevoerd. De rechtsgevolgen van het vernietigde besluit blijven derhalve in stand. Het verzoek tot schadevergoeding wordt afgewezen en het UWV wordt veroordeeld in de proceskosten van betrokkene.
Uitkomst: De rechtsgevolgen van het besluit tot voortzetting van de WGA-uitkering blijven in stand; het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.