ECLI:NL:CRVB:2012:BX9963
Centrale Raad van Beroep
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening bij weigering hypotheekakte ondertekening WWB
Verzoekster ontving bijstand in de vorm van een geldlening (krediethypotheek) en weigerde de hypotheekakte te ondertekenen omdat zij het genoemde bedrag niet in overeenstemming achtte met het oorspronkelijke besluit. Het college verlaagde daarop de bijstand met 100% voor drie maanden. Verzoekster stelde dat zij de ondertekening slechts opschortte vanwege onjuistheden en dat de maatregel onevenredig was.
De voorzieningenrechter oordeelde dat verzoekster haar verplichting tot medewerking aan de vestiging van de hypotheek niet is nagekomen en dat er geen sprake was van verwijtloosheid. Ook was geen bijzonder geval aanwezig dat tot afwijking van de maatregel zou leiden. De maatregel was daarom terecht opgelegd en de voorlopige voorziening werd afgewezen.
De uitspraak bevestigt dat bijstand in de vorm van een geldlening kan worden gekoppeld aan de verplichting tot het vestigen van een hypotheek en dat weigering daartoe kan leiden tot verlaging van de bijstand. De procedure benadrukt het belang van naleving van de voorwaarden bij leenbijstand en de beperkte ruimte voor afwijking van opgelegde maatregelen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen en de maatregel van bijstandsverlaging blijft gehandhaafd.