ECLI:NL:CRVB:2013:BZ1558
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging verlaging bijstand wegens weigering medewerking krediethypotheek
Appellante ontving bijstand in de vorm van een geldlening gekoppeld aan de verplichting tot medewerking aan het vestigen van een krediethypotheek op haar woning. Zij weigerde de hypotheekakte te ondertekenen omdat zij het bedrag van €48.021,91 niet in overeenstemming achtte met het besluit van 8 december 2005. De voorzieningenrechter oordeelde dat deze weigering verwijtbaar was, mede gelet op eerdere uitspraken waarin het bedrag als juist werd bevestigd.
Het college legde daarom een maatregel op waarbij de bijstand met 100% werd verlaagd voor drie maanden. Appellante voerde aan dat zij niet verwijtbaar handelde en dat de maatregel onevenredig was, mede vanwege vermeende onjuistheden in de hypotheekakte en de positie van bestaande schuldeisers.
De Raad overwoog dat het college bevoegd was de maatregel op te leggen en dat geen sprake was van onschuldige weigering of bijzondere omstandigheden die tot afzien van de maatregel zouden leiden. De Raad bevestigde daarmee het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank, en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand met 100% gedurende drie maanden wegens weigering medewerking aan de vestiging van een krediethypotheek wordt bevestigd.