ECLI:NL:CRVB:2012:BY0343
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstand wegens schending inlichtingenverplichting
Appellanten ontvingen sinds 1988 bijstand, die over de periode van 1999 tot 2004 werd ingetrokken en teruggevorderd wegens verzwegen vermogen. Na hernieuwde bijstand tot 2009 werd deze beëindigd vanwege de leeftijd van appellant. Na een strafrechtelijk onderzoek waarbij contant geld en grote hoeveelheden dvd's in de woning werden aangetroffen, stelde de sociale recherche een onderzoek in naar de rechtmatigheid van de bijstand.
Het college trok de bijstand over 2004-2009 in en vorderde €71.091,70 terug wegens schending van de inlichtingenverplichting. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad bevestigt dit in hoger beroep. Appellanten voerden onder meer onrechtmatig bewijs, spaargeld, en disproportionaliteit aan, maar slaagden niet in het leveren van concrete onderbouwing.
De Raad oordeelt dat het gebruik van het bewijs toelaatbaar was, de spaargelden niet aannemelijk waren, en de omvangrijke dvd-collectie niet als noodzakelijk bezit kan worden aangemerkt. Ook de gestelde 10% spaarmogelijkheid en de onevenredigheid van terugvordering worden verworpen. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak en wijst het hoger beroep af.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand wordt bevestigd.