ECLI:NL:CRVB:2012:BY0423
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij exploitatie tatoeagestudio
Appellante ontving bijstand op grond van de WWB en werd onderzocht door de sociale recherche vanwege vermoedens van onrechtmatigheid. Uit het onderzoek bleek dat zij samen met haar partner een tatoeagestudio in haar woning exploiteerde en inkomsten uit deze activiteiten ontving, zonder dit aan het dagelijks bestuur te melden.
De sociale recherche vond op 4 augustus 2009 een volledig ingerichte tatoeagestudio in de woning van appellante. Verklaringen van getuigen en appellante zelf bevestigden haar betrokkenheid bij de exploitatie, onder meer als floormanager en administratief verantwoordelijke. Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar partner de activiteiten hobbymatig uitvoerde en dat zij niet verplicht was dit te melden.
De Raad oordeelde dat het onderscheid tussen hobby- en bedrijfsmatige activiteiten voor de WWB niet relevant is en dat appellante haar inlichtingenverplichting heeft geschonden. Hierdoor kon niet worden vastgesteld of zij recht had op bijstand. Appellante slaagde er niet in aannemelijk te maken dat zij recht had op bijstand indien zij wel had voldaan aan haar verplichtingen. Het hoger beroep werd daarom ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van de bijstand bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking en terugvordering van de bijstand wegens schending van de inlichtingenverplichting.