ECLI:NL:CRVB:2012:BY0766
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging geen recht op ziekengeld wegens geen verband met zwangerschap of bevalling
Appellante, werkzaam als kamermeisje, kreeg na haar bevalling via keizersnede een uitkering op grond van de Wet arbeid en zorg en vervolgens een Ziektewetuitkering wegens vermeende ongeschiktheid voor werk door zwangerschap of bevalling.
Een verzekeringsarts concludeerde echter dat haar ongeschiktheid niet direct verband hield met zwangerschap of bevalling, mede gebaseerd op medisch onderzoek en overleg met specialisten. Het UWV beëindigde daarop haar ziekengelduitkering. Appellante maakte bezwaar, maar dit werd ongegrond verklaard na aanvullend medisch onderzoek en overleg.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond en verwierp haar stelling dat haar arbeidsongeschiktheid wel door zwangerschap of bevalling werd veroorzaakt. In hoger beroep herhaalde appellante haar standpunten zonder nieuwe medische gegevens te overleggen.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank en bevestigde de uitspraak dat appellante geen recht meer heeft op ziekengeld. Tevens werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het recht op ziekengeld wordt beëindigd.