ECLI:NL:CRVB:2012:BY0950
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing WIA-uitkering wegens onvoldoende medische beperkingen
Appellant, een voormalig magazijnmedewerker, heeft een aanvraag voor een WIA-uitkering ingediend na uitval wegens lichamelijke en psychische klachten. Het UWV heeft op basis van medisch en arbeidskundig onderzoek vastgesteld dat appellant minder dan 35% arbeidsongeschikt is en heeft de uitkering geweigerd.
De rechtbank heeft dit besluit bevestigd, waarna appellant in hoger beroep is gegaan. Hij stelde dat de medische beoordeling onvoldoende rekening hield met zijn diagnose hemiplegie en psychische klachten, en dat nader onderzoek had moeten plaatsvinden. De bezwaarverzekeringsarts had volgens appellant onvoldoende onderbouwd waarom zijn beperkingen niet zwaarder waren.
De Raad heeft het oordeel van de rechtbank en de bezwaarverzekeringsarts onderschreven. Uit medisch onderzoek, waaronder neurologisch onderzoek en rapportages van specialisten, blijkt dat de fysieke klachten niet objectief zijn vastgesteld en dat de psychische klachten niet leiden tot een hogere mate van arbeidsongeschiktheid. De functionele mogelijkhedenlijst en arbeidsdeskundige rapportages zijn voldoende onderbouwd.
Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd. Er is geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de WIA-uitkering bevestigd.