ECLI:NL:CRVB:2012:BY0951
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na maximale periode van 104 weken
Appellant was sinds juni 2008 werkzaam als magazijnmedewerker en viel in juli 2008 uit wegens lichamelijke klachten. Na beëindiging van zijn dienstverband in december 2008 werd hem een Ziektewetuitkering toegekend. Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) beëindigde deze uitkering per 27 juli 2010, omdat de maximale uitkeringsduur van 104 weken was verstreken.
Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit en voerde aan dat het Uwv onvoldoende had gedaan aan zijn re-integratie, waardoor de uitkering ten onrechte werd beëindigd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat artikel 29, vijfde lid, van de Ziektewet geen mogelijkheid biedt tot verlenging van de uitkering na 104 weken.
In hoger beroep handhaafde appellant zijn standpunt, maar de Centrale Raad van Beroep onderschreef het oordeel van de rechtbank. De Raad benadrukte het dwingende karakter van de wettelijke bepaling die beëindiging van de ZW-uitkering na 104 weken voorschrijft en stelde dat het Uwv terecht heeft gehandeld. Het hoger beroep werd verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd na het verstrijken van de maximale periode van 104 weken.