ECLI:NL:CRVB:2012:BY1424
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering en beoordeling redelijke termijn overschrijding
Appellant is sinds 1987 arbeidsongeschikt wegens schouderklachten en ontvangt een WAO-uitkering van 25 tot 35%. Na een professionele herbeoordeling in 2008 heeft het UWV de uitkering herzien naar 35 tot 45% arbeidsongeschiktheid. Appellant maakte bezwaar tegen dit besluit, waarop het UWV het besluit handhaafde. De rechtbank vernietigde het handhavingsbesluit in 2010 en gaf het UWV opdracht opnieuw te beslissen, waarbij rekening moest worden gehouden met ook nek- en rugklachten van appellant.
Na een nieuwe beoordeling handhaafde het UWV het besluit opnieuw. De rechtbank oordeelde dat de arbeidskundige beoordeling juist was en dat de functies die appellant kon vervullen zijn belastbaarheid niet te boven gingen. In hoger beroep heeft appellant dit betwist, maar de Raad concludeert dat de bezwaararbeidsdeskundige de stellingen van appellant overtuigend heeft weersproken, ook met betrekking tot de benodigde taalvaardigheid.
Appellant verzocht tevens om een tussenuitspraak over een arbeidsongeschiktheidsschatting per 104 weken na 1 november 2007, maar de Raad ziet hiervoor geen aanleiding. Daarnaast is appellant een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn van de procedure toegezegd. De Raad overweegt dat de totale procedure meer dan vier jaar heeft geduurd, wat in principe onredelijk is, maar dat de overschrijding deels aan de rechter kan worden toegerekend. De Raad heropent het onderzoek om een nadere uitspraak over de schadevergoeding te doen en wijst het verzoek om proceskosten af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het bestreden besluit en heropent het onderzoek voor een nadere uitspraak over de schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.