ECLI:NL:CRVB:2012:BY1788
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vaststelling geen toepassing hardheidsclausule bij overschrijding bijverdiengrens studiefinanciering
Appellant, de Minister van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap, stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Breda die het beroep van betrokkene gegrond verklaarde en het besluit tot oplegging van een vordering wegens meerinkomen vernietigde.
De rechtbank oordeelde dat appellant de hardheidsclausule uit artikel 11.5 van de Wet studiefinanciering 2000 (Wsf 2000) had moeten toepassen vanwege de geringe overschrijding van de bijverdiengrens met €16,51 en de ernstige gezondheidssituatie van betrokkene.
De Centrale Raad van Beroep overweegt dat de hardheidsclausule slechts kan worden toegepast indien toepassing van de wet leidt tot een onbillijkheid van overwegende aard, wat hier niet het geval is. De geringe overschrijding en de gezondheidssituatie rechtvaardigen geen afwijking van de wettelijke regeling. Betrokkene had bovendien de mogelijkheid om haar studiefinanciering te beëindigen en maatregelen te nemen om overschrijding te voorkomen.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank, verklaart het hoger beroep ongegrond en handhaaft het besluit van 4 juli 2011. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot oplegging van de vordering wegens meerinkomen wordt gehandhaafd.