ECLI:NL:CRVB:2012:BY1813
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking bijstand wegens onvoldoende onderzoek betrokkenheid hennepkwekerij
Appellante ontving sinds 1995 bijstand en werd in 2009 geconfronteerd met een besluit tot intrekking van haar bijstand en terugvordering van kosten wegens aantreffen van hennepplanten bij haar woonwagen en in een nabijgelegen keet.
Het dagelijks bestuur stelde dat appellante betrokken was bij beide hennepkwekerijen en dat zij haar inlichtingenplicht had geschonden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Raad oordeelde dat het dagelijks bestuur geen zorgvuldig onderzoek had verricht naar de betrokkenheid van appellante bij de kwekerij in de keet.
De Raad stelde vast dat de vier hennepplanten in de schuur bestemd waren voor eigen gebruik en dat de keet niet op het terrein van appellante lag. Het bestuur had onvoldoende onderzoek gedaan naar de eigenaar en zeggenschap over de keet en de mogelijke betrokkenheid van anderen.
Daarom werd het bestreden besluit vernietigd en het bestuur opgedragen een nieuw, zorgvuldig onderzoek te verrichten en een nieuwe beslissing te nemen. De Raad gaf hiermee invulling aan het zorgvuldigheids- en motiveringsbeginsel in bestuursrechtelijke besluitvorming.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van bijstand wordt vernietigd wegens onvoldoende zorgvuldig onderzoek en motivering.