ECLI:NL:CRVB:2012:BY1866
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging niet-ontvankelijkverklaring beroep wegens beëindiging bedrijf
Appellant diende op 25 januari 2010 een aanvraag in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB) en het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (Bbz 2004) voor bijstand ter dekking van algemene noodzakelijke kosten en bedrijfskapitaal voor een pizzeria.
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam wees de aanvraag op 22 april 2010 af omdat appellant niet voldeed aan de wettelijke vereisten om als zelfstandige te worden aangemerkt. Bij besluit van 26 augustus 2010 verklaarde het college het bezwaar ongegrond, met als aanvullende grond dat het bedrijf niet levensvatbaar was.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep tegen dit bestreden besluit niet-ontvankelijk omdat appellant geen procesbelang meer had, aangezien hij zijn bedrijf inmiddels had beëindigd. Appellant stelde in hoger beroep dat de beëindiging plaatsvond na het bestreden besluit en daarom niet meegewogen mocht worden.
De Raad stelde echter vast dat het bedrijf op 15 juli 2010, vóór het bestreden besluit, was ontbonden en uitgeschreven uit het handelsregister. Hierdoor faalt het hoger beroep en wordt de niet-ontvankelijkverklaring bevestigd. Er is geen aanleiding tot proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard omdat appellant zijn bedrijf vóór het bestreden besluit heeft beëindigd en daardoor geen procesbelang meer heeft.