ECLI:NL:CRVB:2012:BY1992
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WW-uitkering wegens niet voldoen aan referte-eis en verwijtbare werkloosheid
Appellant was tot 1 september 2008 in dienst bij een drukkerij en nam ontslag met het oog op een voorgenomen overname van een andere drukkerij. Toen deze overname niet doorging, vroeg appellant op 1 december 2008 een WW-uitkering aan, die werd geweigerd wegens verwijtbare werkloosheid. Later vroeg appellant opnieuw een WW-uitkering aan per 15 januari 2009, maar deze werd afgewezen omdat hij niet voldeed aan de wekeneis van 26 gewerkte weken in de voorafgaande 36 weken.
Appellant verzocht om herziening van het eerste besluit, stellende dat nieuwe feiten zich hadden voorgedaan, maar dit verzoek werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat het UWV terecht het herzieningsverzoek had afgewezen en dat appellant onvoldoende had gewerkt om aanspraak te maken op een nieuwe WW-uitkering.
In hoger beroep voerde appellant aan dat hij telefonisch was geadviseerd geen bezwaar te maken en dat zijn aanvraag in 2009 als een aanvraag per 1 november 2008 moest worden beschouwd. De Raad verwierp deze argumenten, oordeelde dat het UWV niet verplicht was het besluit inhoudelijk te herzien zonder nieuwe feiten en dat de referte-eis niet was vervuld. De Raad bevestigde daarmee het oordeel van de rechtbank en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WW-uitkering wegens niet voldoen aan de referte-eis en verwijtbare werkloosheid.