ECLI:NL:CRVB:2012:BY2276
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J. Riphagen
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over toekenning arbeidsongeschiktheidsuitkering militairen bij volledige arbeidsongeschiktheid aanvang dienst
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Wamil), nadat het UWV de toekenning had geweigerd omdat hij bij aanvang van zijn militaire dienst reeds volledig arbeidsongeschikt zou zijn geweest.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond en vernietigde het besluit van het UWV, omdat het UWV onvoldoende had gemotiveerd dat appellant niet gedurende drie maanden normale arbeid had verricht en onvoldoende aandacht had besteed aan de stelling dat appellant voor aanvang van de dienst medisch was goedgekeurd.
In hoger beroep bevestigde de Raad dat appellant de opleiding tot sergeant-foerier met succes had afgerond en daarna administratief werk had verricht tot het einde van zijn dienst, wat neerkomt op het verrichten van normale arbeid gedurende drie maanden. Hierdoor mocht het UWV de bestaande arbeidsongeschiktheid niet buiten aanmerking laten.
De Raad draagt het UWV op het besluit te herstellen en de hoogte van de uitkering vast te stellen, rekening houdend met de wettelijke regels, en wijst erop dat de eerdere weigering niet op een deugdelijke grondslag berustte.
Uitkomst: Het UWV wordt opgedragen het besluit te herstellen en een nieuw besluit te nemen over de toekenning van de Wamil-uitkering, omdat appellant gedurende drie maanden normale arbeid heeft verricht.