ECLI:NL:CRVB:2013:BZ7330
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.P.J. Goorden
- H. Bolt
- J. Riphagen
- Rechtspraak.nl
Weigering Wamil-uitkering wegens reeds bestaande arbeidsongeschiktheid voor militaire dienst
Appellant verzocht om een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening militairen (Wamil). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) weigerde deze uitkering omdat appellant volgens hen reeds arbeidsongeschikt was op het moment dat hij in militaire dienst trad op 1 februari 1986.
De Raad heeft in een eerdere tussenuitspraak vastgesteld dat het besluit van het Uwv onvoldoende was gemotiveerd, waarna het Uwv een nadere motivering gaf. Deze motivering onderbouwt dat de Wamil een aanvullend karakter heeft en dat aanspraken op grond van andere wettelijke regelingen, zoals de Wajong, voorrang hebben. Omdat appellant aanspraak kan maken op een andere uitkering, is de Wamil-uitkering uitgesloten.
Appellant voerde aan dat hij vanwege verblijf in het buitenland geen aanspraak kon maken op de Wajong-uitkering, maar de Raad oordeelde dat dit niet tot een andere uitkomst leidt. De Wamil is bedoeld voor militairen die tijdens hun dienst arbeidsongeschikt zijn geworden en niet voor degenen die reeds arbeidsongeschikt waren voor aanvang van de dienst.
De Raad verklaart het beroep ongegrond en bevestigt het bestreden besluit van het Uwv. Tevens veroordeelt de Raad het Uwv in de proceskosten van appellant.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de Wamil-uitkering wordt ongegrond verklaard en het bestreden besluit bevestigd.