ECLI:NL:CRVB:2012:BY2396
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging besluit beëindiging ZW-uitkering wegens geschiktheid voor WIA-functies
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar Ziektewet-uitkering te beëindigen omdat zij geschikt werd geacht voor functies die in het kader van de Wet WIA waren geselecteerd. De rechtbank vernietigde dit besluit wegens onvoldoende motivering en gebrekkige voorbereiding, met name omdat geen rekening was gehouden met de aangepaste werkzaamheden die appellante nog verrichtte.
In hoger beroep stelde appellante dat de rechtbank onvoldoende gemotiveerd had geoordeeld en dat de actualisering van de WIA-functies wel degelijk relevant is bij een hersteldverklaring onder de Ziektewet. De Centrale Raad van Beroep oordeelde echter dat er geen wettelijke of jurisprudentiële grondslag bestaat om actualisering van de functies te eisen en bevestigde de uitspraak van de rechtbank.
De Raad beperkte zich tot de beoordeling van deze beroepsgrond omdat het UWV nog geen nieuw besluit had genomen op het bezwaar. Andere beroepsgronden werden niet behandeld. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 7 november 2012.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en de uitspraak van de rechtbank wordt bevestigd.