ECLI:NL:CRVB:2012:BY2427
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na 104 weken ziekteverzuim bevestigd
Appellant ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering wegens linkerelleboogklachten en meldde zich per 3 oktober 2008 arbeidsongeschikt met rechterschouderklachten. Het UWV kende hem een Ziektewetuitkering toe vanaf die datum, die op 30 september 2010 werd beëindigd na het verstrijken van de maximale periode van 104 weken ziekteverzuim.
Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij gedurende bijna een half jaar weer had gewerkt in afwachting van een operatie, en dat dit niet als arbeidstherapeutisch werk werd ervaren. De Raad stelde vast dat dit geen relevantie had voor het recht op ZW-uitkering, omdat slechts inkomen in mindering was gebracht zonder beëindiging van het recht.
De Raad concludeerde dat uit de gedingstukken niet bleek dat de wachttijd onderbroken was door een hersteldverklaring van meer dan vier weken. De eerdere uitspraak van de rechtbank die het beroep ongegrond verklaarde, werd bevestigd. Er werd geen proceskostenvergoeding toegekend.
Uitkomst: De Ziektewetuitkering van appellant is terecht beëindigd na 104 weken ziekteverzuim.