ECLI:NL:CRVB:2012:BY2428
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beëindiging Ziektewetuitkering na zorgvuldig medisch onderzoek bevestigd
Appellant, laatst werkzaam als buurthuisconciërge, ontving een Ziektewetuitkering na een bedreiging met een vuurwapen in 2009 en meldde zich ziek met psychische klachten. Meerdere onderzoeken door verzekeringsartsen en een psycholoog concludeerden dat appellant op de datum in geding niet langer ongeschikt was voor zijn werk vanwege ziekte of gebrek.
Het UWV beëindigde daarom de Ziektewetuitkering per 24 mei 2010, wat door appellant werd aangevochten. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en de klachten van appellant voldoende waren meegewogen.
In hoger beroep betwist appellant dit en stelt dat het UWV onvoldoende heeft gemotiveerd dat zijn ongeschiktheid niet door ziekte maar door andere redenen zou zijn veroorzaakt. De Centrale Raad van Beroep oordeelt echter dat het UWV zowel in het primaire als het bestreden besluit heeft vastgesteld dat appellant niet langer ongeschikt is vanwege ziekte of gebrek.
De Raad onderschrijft het oordeel van de rechtbank dat het medisch onderzoek zorgvuldig en voldoende gemotiveerd is uitgevoerd. Appellant heeft geen nieuwe medische informatie aangeleverd die het tegendeel bewijst. De beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt daarom bevestigd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de beëindiging van de Ziektewetuitkering wegens voldoende zorgvuldig medisch onderzoek en gebrek aan nieuwe medische informatie.