ECLI:NL:CRVB:2012:BY2568
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Weigering WW-uitkering wegens afwijzing passende arbeid op lager niveau
Appellant was jurist bij werkgever en na een psychologisch onderzoek werd een passende, lager gekwalificeerde functie als medewerker juridische zaken voor hem gecreëerd. Deze functie lag op MBO-niveau en was afgestemd op zijn capaciteiten, maar appellant weigerde deze.
Werkgever vroeg ontbinding arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, wat door de kantonrechter werd toegewezen. Het UWV weigerde daarop de WW-uitkering omdat appellant passende arbeid niet had aanvaard, wat de rechtbank bevestigde.
In hoger beroep stelde appellant dat de aangeboden functie niet passend was vanwege het lagere niveau en het ontbreken van formele vaststelling. Het UWV wijzigde de wettelijke grondslag, wat de Raad aanleiding gaf het besluit te vernietigen wegens strijd met de Awb.
De Raad oordeelde dat de aangeboden functie passend was, gebaseerd op het psychologisch rapport en de capaciteiten van appellant. De afwijzing van het aanbod was verwijtbaar, waardoor de WW-uitkering terecht werd geweigerd. De rechtsgevolgen van het besluit blijven in stand en het UWV wordt veroordeeld in proceskosten.
Uitkomst: De WW-uitkering wordt geweigerd wegens weigering passende arbeid, ondanks vernietiging van het besluit blijft de weigering in stand.