ECLI:NL:CRVB:2012:BY2611
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over herstel besluit intrekking bijstand en aanvraag buiten behandeling
Appellant ontving algemene bijstand die door het college met ingang van 19 mei 2010 werd ingetrokken. Na een nieuwe aanvraag om bijstand werd deze buiten behandeling gesteld omdat appellant niet op een afspraak verscheen en niet alle benodigde gegevens verstrekte. Het college verklaarde het bezwaar tegen de intrekking niet-ontvankelijk en het bezwaar tegen de buiten behandeling stelling ongegrond.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar appellant ging in hoger beroep. De Raad oordeelde dat appellant het besluit tot intrekking van bijstand te laat had bestreden, omdat hij al voor 26 juli 2010 had moeten weten dat de uitkering was beëindigd. Wel stelde de Raad vast dat het college onvoldoende had aangetoond dat appellant de brief met de waarschuwing over de consequenties van het niet verschijnen op het gesprek had ontvangen.
Verder was appellant niet adequaat gewezen op de gevolgen van het niet verstrekken van de gevraagde bankafschriften en het niet verschijnen op het gesprek. Hierdoor was het besluit tot buiten behandeling stelling niet zorgvuldig genomen en vernietigde de Raad dit deel van het besluit.
De Raad droeg het college op binnen 8 weken het gebrek in het besluit te herstellen, appellant opnieuw uit te nodigen voor een gesprek en hem te wijzen op de gevolgen van het niet nakomen van verplichtingen, zodat een nieuwe beslissing op bezwaar genomen kan worden.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt deels vernietigd en het college wordt opgedragen het besluit binnen 8 weken te herstellen.