ECLI:NL:CRVB:2012:BY3125
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Ch. van Voorst
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- A.I. van der Kris
- Rechtspraak.nl
Bevestiging beëindiging Ziektewetuitkering wegens geschiktheid voor arbeid
Appellant ontving sinds 1988 een WAO-uitkering en later een Ziektewetuitkering wegens ziekte. Het UWV beëindigde per 14 april 2009 de Ziektewetuitkering na medische beoordeling dat appellant geschikt was voor arbeid die eerder in het kader van de WAO was vastgesteld.
Appellant maakte bezwaar en voerde medische klachten aan, waaronder diabetes, psychische klachten, vermoeidheid, gezichtsproblemen en slaapapneu. Diverse verzekeringsartsen onderzochten appellant en concludeerden dat hij geschikt was voor de functies die eerder bij de WAO waren vastgesteld.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde dit in hoger beroep. De Raad oordeelde dat de medische beoordelingen zorgvuldig waren en dat de verzekeringsgeneeskundige protocollen niet bindend zijn voor Ziektewetbeoordelingen. Er was geen bewijs dat appellant ongeschikt was voor arbeid.
De Raad concludeerde dat het UWV terecht het recht op Ziektewetuitkering heeft beëindigd en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt afgewezen en het besluit tot beëindiging van de Ziektewetuitkering wordt bevestigd.