ECLI:NL:CRVB:2012:BY3801
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling verlaging WW-uitkering wegens belemmering aanvaarden passende arbeid
Appellante ontvangt sinds 1 juli 2010 een WW-uitkering. Het UWV heeft haar een tijdelijke vacature aangeboden als directiesecretaresse, waarop zij aangaf de voorkeur te geven aan een vaste functie in communicatie, waarvoor zij een opleiding heeft gevolgd. Het UWV verlaagde daarop haar uitkering met 50%, stellende dat appellante eisen stelde die het aanvaarden passende arbeid belemmerden en dat sprake was van verhoogde verwijtbaarheid.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ongegrond en motiveerde dit met een vermeend arrogant gedrag van appellante, wat de Raad niet kon bevestigen. De Raad oordeelt dat tijdelijke arbeid als directiesecretaresse passend was na meer dan zes maanden werkloosheid en dat appellantes reactie niet buitengewoon laakbaar was.
Gezien haar bijna voltooide HBO-opleiding en sollicitatieactiviteiten op andere functies, acht de Raad de opgelegde maatregel niet in overeenstemming met de beleidsregel. De Raad vernietigt het eerdere oordeel over de rechtsgevolgen en verlaagt de maatregel tot 25%. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WW-uitkering van appellante wordt met 25% verlaagd voor vier maanden wegens belemmering passende arbeid zonder verhoogde verwijtbaarheid.